We zijn
aangekomen bij Casitas Tenorio in Bijagua, parkeren de auto en lopen naar de receptie, lees: een soort Pippi Langkous huiskamer waar het een gezellige bonte bedoeling
is. Twee knappe dametjes in prinsessen jurkjes lopen rond, opa en oma
staan gebogen over een grote landkaart en twee energieke, vrolijke, wat later
blijkt eigenaren, Donald en Pip, heten ons van harte welkom op hun Casitas. Het
voelt meteen heerlijk. Iedereen kletst met elkaar (allen vloeiend Engels) en na
een half uurtje heb ik het basisverhaal losgepeuterd. Pip komt uit Australië,
leerde Donald jaren geleden kennen toen zij vrijwilligerswerk deed in het
dorpje waar we nu zijn. Donald leidde deze ‘volunteer’ organisatie. Ze vonden
elkaar meteen leuk, maar deden daar verder niets mee. Nadat Pip weer terug was
in Australië begon het ouderwetse e-mailen via inbellen. Tergend langzaam ging
dat destijds nog allemaal. Ze vertelt het zo leuk dat ik steeds enorm moet
lachen. Donald en Pip houden dit e-mailen en bellen maar liefst vijf (!) jaar vol. Wat echt
bijzonder is, want je moet weten dat ze elkaar destijds nooit echt diep in de ogen hadden
gekeken, laat staan hebben gezoend. Ook hadden ze beiden een (andere)
verkering. Afijn, hoe het zich toen precies ontwikkelde weet ik niet, maar ze
zijn nu inmiddels een aantal jaar hartstikke gelukkig getrouwd en hebben twee absurd knappe dochtertjes. Ze hebben in Australië gewoond en nu dus in
Costa Rica. Hier willen ze samen de boerderij plus een gigantisch aantal hectares aanstaande vijf jaar een kans geven en opbouwen tot iets fraais (als dat het nu
al niet is). Opa en oma (type: open minded, wereldreiziger, pretoogjes, bossen
krullend grijs haar, kwiek op stevige bergschoenen) blijken Pip’s ouders te
zijn die voor een aantal maanden over zijn gekomen.
Pip leidt ons
naar ons nieuwe onderkomen waar we de aankomende twee dagen gaan doorbrengen. Het
huisje, ze hebben er twee, ligt midden in de tuin (hier is dat een immens regenwoud).
Het is een enige bungalow. Super cute zouden we hier zeggen. Het is met smaak ingericht. Fris
en praktisch.
Helaas is de gemeenschappelijke keuken gesloten i.v.m. een renovatie, maar later komt Donald ons vertellen dat we in de keuken van de casitas zelf mogen koken. Fijn. Ondertussen regent het wééér pijpenstelen, nee echt. Ik voel aan aan alles dat het ook niet meer zal ophouden. En lieve schermbuiskinderen, om de suspense niet al te killing te maken, verklap ik bij deze vast dat het inderdaad totdat we vertrekken non stop knoerthard blijft regenen. Nog veel harder en naargeestiger dan de hele week in Puerto Viejo bij elkaar. Als we vertrekken, over twee dagen, zal de zon weer doorbreken.
Helaas is de gemeenschappelijke keuken gesloten i.v.m. een renovatie, maar later komt Donald ons vertellen dat we in de keuken van de casitas zelf mogen koken. Fijn. Ondertussen regent het wééér pijpenstelen, nee echt. Ik voel aan aan alles dat het ook niet meer zal ophouden. En lieve schermbuiskinderen, om de suspense niet al te killing te maken, verklap ik bij deze vast dat het inderdaad totdat we vertrekken non stop knoerthard blijft regenen. Nog veel harder en naargeestiger dan de hele week in Puerto Viejo bij elkaar. Als we vertrekken, over twee dagen, zal de zon weer doorbreken.
En boven beste (Facebook) vrinden, Berbel en Ilja, ga nou niet doen alsof
jullie dat helemaal niet erg zouden vinden…
Maar goed, we
zijn nu nog bij dag 1 van ons avontuur in Casitas Tenorio te Bijagua. We installeren
ons in het kleine paleisje en lopen naar de gemeenschappelijke ruimte (nu GR) waar de gasten (maximaal vier, en straks als de derde kamer klaar is
dus zes) kunnen zitten en uitzicht hebben op een stuk prachtig wild land.
Donald hangt dagelijks een forse tros bananen in de boom, pal voor de GR. Hij heeft ook een voederbak geïnstalleerd waar hij dagelijks wat eten ingooit.
Slimme zet want
op deze manier komt werkelijk al dat moois dat deze natuur aan wild life
herbergt, gewoon naar ons toe. De andere twee gasten, een leuk paar uit
Amerika (zeldzaamheid) zijn echte vogelaars. Ik moet aan Marjorie denken, een
vriendin van ons, die jarenlang verkering had met een vogelaar. Toen ze dat ooit eens tijdens een van de vele etentjes vertelde, pieste ik zowat in mijn broek, zeker toen zij uitlegde ook wel eens
mee gevogeld te hebben in verre exotische landen. Ik kon me er destijds helemaal niets bij
voorstellen, maar na een uurtje in de GR gezeten te hebben, raak ik toch ook
een potje intens geïnteresseerd in al die vogeltjes die zomaar aan komen
fladderen. Het Amerikaanse echtpaar heeft ondertussen het schuim op de mond
staan en Donald, die er gezellig is bij komen zitten, legt met 'n engelengeduld
van heb ik jou daar, steeds weer uit welke vogel, welke vogel is. Het
zijn allemaal even ingewikkelde namen en ik besluit dat ik gewoon alleen maar
die van der Valk vogel ga onthouden. Klaas en ik hebben wel vaak gedacht hoe
het nou toch kan dat zo’n mooie vogel gelieerd is aan een van de Valk Motel,
maar dat is een heel andere discussie. Want Valk vs Toekan..vat jij 'm?
Aan de GR ligt de
keuken en Klaas en ik koken vanavond pasta met fruits de mer. Het is echt enorm
behelpen met boodschappen doen hier in Costa Rica. Het meeste vlees komt uit de
diepvries. We kunnen veel van wat we aanvankelijk willen koken niet vinden, dus
passen we onze diners aan wat er te krijgen is. Het is ook nog eens stervend duur, iets waar ik echt niet aan kan wennen. Het irriteert me mateloos dat we
meer betalen dan in Nederland en dan ook nog eens voedsel kopen van 'n zeer matige kwaliteit. Als we
aan het koken zijn, en de schemering valt, zien we de twee Amerikanen –nu in een donkere GR met hun verrekijkers aan de ogen vastgekoekt- in alle stilte (je kan
een speld horen vallen; ik durf mijn ui niet eens meer verder te snijden), naar de
tuin kijken. Donald die zich niets aantrekt van hun stilte retraite, legt
ons met luide stem uit dat rond de klok van 18:00 uur met regelmaat een kinkajoe verschijnt (een zoogdier behorende tot de familie van de kleine beren. Dank Klaas voor je
immense Wikipedia kennis). We koken snel ons maaltje af en gaan op ons eigen
terras eten. Gezellig kaarsjes aan (lukt niet want door de regen staat er
teveel wind). De fruits de mer blijken achteraf enorm taai. Vast meerdere keren
ontdooid en weer ingevroren. Bah!
Het is zo stil
hier. Sssstttt hoor je dat? Nee, ik ook niet. Er is niets anders dan oerwoud
geluid. Ik geniet er immmmmens van. Geen verkeer. Geen krijsende kinderen. Geen
gillende mama's. Geen muziek. En vooral geen oeverloos wauwelende Gringo's (zo noemen ze
hier die k.. Amerikanen). Ik hoor alleen maar natuurgeluiden en dit vervult me
met zoveel geluk (al moet ik wel mijn best doen het harde gekletter van de
regen te negeren. Toch hebben deze absurde regenbuien -waar geen eind aan komt-,
ook wel weer iets magisch).
We gaan vroeg
naar bed. Het bed is, en dat is gewoon niet te voorkomen, klam en ruikt muf. Ik
denk dat Pip en Donald de was niet drogen in een wasdroger -hartstikke goed
deze milieuvriendelijkheid-, maar daardoor ruiken de lakens wel een beetje naar
gebruikte sokken die te lang in de wasmand onder een natte handdoek hebben
gelegen-. Dit blijkt achteraf het enige minpuntje van ons verblijf hier. Later legt Pip me uit dat ze inderdaad de lakens en alle andere was buiten onder een afdak te drogen
hangt, iets dat ongeveer drie dagen duurt. Om het vervolgens echt droog te
krijgen, gebruikt ze de droger maximaal een paar minuten. Ik vind het zo
getuigen van echt hart hebben voor de natuur en het milieu, maar ik mis wel een
beetje dat frisse, schoongewassen gevoel, zei zij, het verwende luxe paardje
met een wasverzachter fetisjisme.
13 januari
Ik slaap zo/zo,
maar de aanblik van het ontbijt en de vrolijk kwetterende vogels
(kooooolibries...mooi!!!) in de GR, maakt mijn dag alweer meteen zonnig -al is
het pikkedonker van de onweersbuien-. Mamita (Donald's mama) staat lekker te
kokkerellen in de open keuken en heeft een heus Costa Ricaans ontbijt voor de
gasten klaargemaakt. Ik vreet mijn vingers erbij op. Zelfgemaakt empanada’s, een super gevuld omelet, heel veel sappig fruit en een vers geperst
fruitdrankje van een vrucht die ik niet ken en nu verdorie ook de naam van ben
vergeten. Dat het goddelijk smaakt, dat weet ik nog wel. Ondertussen durf ik
niet te eten, want de ene na de andere schitterende vogel vliegt binnen. De
Amerikanen zijn alweer driftig aan het vogelen (alles wordt vanzelfsprekend minutieus in een
notitieblok vastgelegd) en Donald zit er weer naast met zo’n serene rust dat ik
er zelf ook hartstikke zen van word.
Pip’s vader loopt
binnen en blijkt voor Klaas en mij twee splinternieuwe regenlaarzen te hebben
gekocht. De avond ervoor had Donald al naar onze schoenmaat gevraagd. Te gek,
kunnen we straks in de stromende regen in ieder geval de hike naar de Rio
Celeste waterval maken. Het pad zal wel een modderpoel zijn, dus laarzen zijn geen
overbodige luxe en zeg nou zelf, hoe fucking hip zien wij eruit met deze shinny
white boots? Ik maak me wel wat zorgjes. Het fraaie van deze Rio Celeste
waterval/rivier is dat door samenkomst van twee waterstromen er een chemische
reactie optreedt waardoor het water azuurblauw wordt. Echt absurd fluorescerend
blauw. Als het teveel regent gebeurt dit niet, met als gevolg dat je
een grauw bruine klaterende rivier naar beneden ziet vallen.
Donald stelt dan
ook voor dat we eerst een ander stuk gaan wandelen een paar kilometer van hun
huis vandaan, om in de middag de Rio Celeste hike te doen, in de hoop dat het
weer dan is opgeklaard. Op een half uurtje (dirt road) rijden, kunnen we de
Heliconias wandeling doen met drie hangende bruggen. Leuk, stond ook op onze
bucket list! We trekken de laarzen en de poncho’s aan -die we ook van Pip en Donald
hebben gekregen-. Dik ingepakt rijden we al hobbelend en schokkend naar de Heliconias lodge waar de
wandeling begint.
Als we uitstappen
en aan een medewerker vragen waar het pad begint, worden we naar een
loketje gedirigeerd. Het blijkt dat we 34$ moeten aftikken. We kijken elkaar
aan,…ach gut, ze heeft ons vast verkeerd begrepen. “No no senorita, we willen
geen gids, we gaan gewoon, gek als we zijn, in deze stromende regen een beetje in ons uppie door de modder stampen”. “Si si senor, senorita, 34 dolllarrssss per favor. Wat blijkt,... om
anderhalf uurtje door de stromende regen door dit stukje regenwoud met de drie hangende bruggen te
mogen lopen, moeten we 17$ p.p. betalen.
Ik ontplof van binnen. Klaas en ik wisselen geen woord. We draaien ons resoluut om, -de spetters van de poncho's vliegen in het rond-, en driftig lopen we terug naar de auto. Het water druipt van onze gezichten als we tegen elkaar zeggen: "Ze zijn hier echt helemaal van de pot gerukt!" Klaas start intussen de auto. Godverdomme, vloek ik van binnen, wat ben ik er klaar mee. Iedere fucking activiteit kost hier een (relatief) godsvermogen.
Ik ontplof van binnen. Klaas en ik wisselen geen woord. We draaien ons resoluut om, -de spetters van de poncho's vliegen in het rond-, en driftig lopen we terug naar de auto. Het water druipt van onze gezichten als we tegen elkaar zeggen: "Ze zijn hier echt helemaal van de pot gerukt!" Klaas start intussen de auto. Godverdomme, vloek ik van binnen, wat ben ik er klaar mee. Iedere fucking activiteit kost hier een (relatief) godsvermogen.
Maar wat nu? Okay
dan, hup op naar de Rio Celeste. We zaken weer stapvoets af naar de bewoonde
wereld. Het zijn echte vette dirt roads die zonder 4x4 nooit bereden kunnen
worden.
Ondertussen duw ik nog even een enorme boomstam die over de weg is gevallen in de berm zodat we er met de auto door kunnen. Als we weer in
Bijagua aankomen, moeten we het dorpje door om een andere weg weer omhoog te nemen.
Deze weg, naar de Rio Celeste, is nog moeilijker begaanbaar. We moeten een aantal
kilometers stapvoets rijden. Na pak ‘m beet drie kwartier komt een Range Rover
ons tegemoet rijden en gebaart ons te stoppen. Het raampje wordt opengedraaid
en een olijke man vraagt ons of we toevallig naar het Tenorio park op weg zijn. "DUHHHH YES! WE WANT TO SEE THE RIO CELESTE OF COURSE!!!!" Hij kijkt ons schuldig aan: “Sorry
guys, the park is closed today, the trails are too
dangerous for tourists because of the heavy rain”.
FUCK FUCK FUCK.... NEE NEE NEE NEE!
(Ilja en Berbel, hebben jullie nog een opbeurende
opmerking in dit geval?)
Ik ga er verder
maar geen woorden aan vuil maken. We rijden terug naar de casitas waar Pip en
Donald super verbaasd staan te kijken als we alweer zo snel zompig aan komen druipen. Ze geloven niet dat het park dicht is. Later blijkt dat Donald ze nog heeft gebeld
omdat hij wilde verifiëren of ons niet een raar verhaal op de mouw is gespeld.
Nee dus. Het gebeurt vrijwel nooit, maar omdat wij er zijn dus wel. Lekker
puh! Als pleister op de wonde komt Pip
een zalige bord eten brengen. Er was lunch over van een vergadering die Donald
in de GR had met de melkcoöperatie uit de omtrek. Het bord is gevuld met
allerlei heerlijke typische Costa Ricaanse gerechtjes en alles is een traktatie, vooral de zelfgemaakte kaas, wat lekker! Na de lunch geeft de broer van Donald,
Anthony, ons een toer over het hele terrein. Het is magnifiek georganiseerd deze boerderij en we genieten enorm van al zijn verhalen en wetenswaardigheden.
De rest van de
dag drink ik lekker wijntjes, werk ik aan mijn blog en kijk ik vooral heel veel
naar de natuur. We zien weer van allerlei spannende beesten de revue passeren
om tegen het invallen van de avond zelf de Kinkajoe te zien smikkelen uit de
voederbak. Wat een prachtig beest. Ik loop helemaal te jubelen dat we ‘m gewoon
in vol ornaat, nu het nog een beetje licht is, rustig kunnen bekijken. Wat een
mooie afsluiting van deze twee aparte dagen.
14 januari
We ontbijten alweer
met veel plezier. Iedere ochtend een ander soort ontbijt, dus andere zaligheidjes, gebakken home made cheese bijvoorbeeld,..mmm. Naast ons zit een
(nieuw) Frans stel waar we natuurlijk weer mee aan de praat raken. Ze komen net
van Brasilito, een stranddorpje waar wij straks naartoe gaan. Wat een toeval.
Ze vertellen ons dat het een te gek guesthouse is wat we hebben geboekt. Altijd
fijn om te horen. Ook raden ze ons aan de nog ingeplande toeristische dingen te
skippen en na Brasilito dus niet nog naar Manuel Antonio te gaan (ook een prijzige extreem toeristische highlight, dat als je ooit de Thaise strandjes hebt gedaan, een slap aftreksel is),
maar naar het ongerepte Drake Bay door te rijden. Weliswaar een dikke zeven
uurtjes tuffen, maar volgens hen zo helemaal te gek. De baas en ik hadden hier
al over zitten nadenken en zijn nu helemaal overtuigd. Daar gaan we naar toe (dus niet, maar dat komt in het volgende deel...cliffhanger!!)
Het is tijd om afscheid te nemen van de hele familie. Als ik Pip een dikke knuffel geef, breekt de zon door. Ach natuurlijk, dit hoort al helemaal bij deze reis. Pip mailt me later dat de zon de rest van de dag is blijven schijnen.
Als we weg rijden
kijken we nog een keer achterom, wat een geweldige mensen hebben wij ontmoet.
NOG MEER MOOIS:
Rietsuikersap, zelf draaien
Wat een heerlijk begin van de dag...
Wis jij het? Zo groeit een ananas dus..
De Kinkajoe
Die koop ik wel eens bij de bloemist
Naam vergeten...





Geen opmerkingen:
Een reactie posten