woensdag 28 januari 2015

EN AAN ALLES KOMT EEN EINDE, OOK AAN COSTA RICA (deel 6)

21 januari

Het wakker worden in deze kamer is een feest. We slapen lekker en weten dat als we onze ogen opendoen de zon uitbundig schijnt, we een heerlijk terras tot onze beschikking hebben en helemaal niets op de agenda hebben staan. We besluiten naar ‘The Bakery’ te rijden om daar een take away ontbijt te halen. Hun bosbessen smoothies zijn zo lekker en een bruin stokbroodje is ook niet verkeerd.


We ontbijten een oneindigheid lang en zetten vele potjes koffie. We wilden eigenlijk vandaag weer gaan golfsurfen, maar zijn beiden zo stijf en voelen allerlei spieren waar we het bestaan niet van kennen, dat we besluiten er een relaxed dagje van te maken. In de buurt liggen talloze watervallen en waarom daar niet twee van bezoeken? Eerst eentje die niet erg toeristisch is, the 'Delizia Falls' en erna naar de zogenaamd beroemdste die Costa Rica rijk is, ‘the Montezuma Falls’. Het is een half uurtje dirt road rijden naar het plaatsje, je raadt het al, Montezuma. Ik hoop dat we Matt Damon zien, die heeft hier nl. een huis. Oja had ik al verteld dat Mel Gibson op een paar meter van onze casa Naranja in Mal Pais een joekel van een huis heeft en te pas en te onpas dronken door het dorpje hobbelt en bijna dagelijks in The Bakery zit? We hebben hem helaas niet gespot.
Afijn, we rijden naar de Delezia Falls, maar hoe goed we ook zoeken, terugrijden, vragen, we kunnen ‘m niet vinden. Frustrerend. We rijden door naar de andere waterval, parkeren de auto, zorgen voor genoeg water, trekken stevige schoenen aan en beginnen aan een wandeling over rotsen en watertjes van een kleine 20 minuten.
Overal aapjes waar we lopen..zo leuk!
Het is goed opletten, de stenen zijn glad. Soms moeten we ons vasthouden aan touwen die er zijn opgehangen. Het heeft wel wat. Aangekomen op het eerste niveau zijn we erg teleurgesteld. Het stikt er van de toeristen. Er is niet eens plaats om ergens in de zon te zitten. Bah, weinig aantrekkelijk. Klaas vraagt hoe we op het tweede niveau kunnen komen. Dat blijkt een hele klim te worden. Leuk, hier houden we van. Na een kwartier zijn we er. Ik ben buiten adem (conditie is echt helemaal weg, grrr) als ik tot mijn grote schrik bij een, nee echt, loketje aankom. Het zal toch niet waar zijn, maar het is waar. We moeten drie euro betalen om de tweede waterval te bekijken en erin te mogen zwemmen. Wat ben ik klaar met deze achterbakse tactieken. Gatverdamme!
Even dokken graag...
Het is gelukkig een heel stuk rustiger en ruimer hier. Fijn. Het publiek is echter nog steeds niet ‘my cup of tea’. Een Amerikaans tienerstelletje heeft een gettoblaster aanstaan (hoe krijg je in hemelsnaam zo’n ding mee?) en de meeste jongelui zijn aan de zuip. Het is van lekker veel schreeuwen. Dit plaatje staat in zo’n contrast met de schitterende (rustgevende) natuur. Klaas en ik trekken ons terug in een wat kleinere poel en genieten van het heldere frisse water en de warme zon. Na een uurtje hebben we het wel gezien en beginnen de klautertocht terug.


In Montezuma besluiten we eens goed te gaan lunchen. Het dorpje ziet er op het eerste oog heel gezellig en kneuterig uit. Via Tripadvisor vind ik iets dat me erg aanspreekt; Ylang Ylang. We rijden er naartoe, parkeren de auto en moeten nog een stukje over het prachtige strand lopen (op een rots in zee zitten tientallen pelikanen, wat mooi).


Het hotel/restaurant is schitterend. Een fraaie houten lodge met prachtig uitzicht over zee, met zalige zitjes. We bekijken hongerig de kaart en leggen hem maar weer snel weg. Pffff minstens 30 dollar voor een gerechtje. Dat is dus nog zonder de 10% tax en de (verplichte) 15% tip. Dit rekensommetje mag je trouwens in heel Costa Rica maken. Geheel overgenomen van de Amerikanen wordt hier op alles nog eens 10%, of als er service wordt geboden, 25% opgeteld. Het past zo niet in een land als dit. Ik merk dat ik er ook helemaal klaar mee ben. De veel te hoge prijzen vs het gebodene. We rijden terug naar het dorpje en bekijken wat andere restaurantjes. Het is hier schrikbarend veel duurder dan in Mal Pais en er hangt weinig sfeer. We rijden met lege maag terug naar ons eigenste veel gezelligere durpske en rijden linea recta door naar de Burger Rancho; een super leuk en lekker eettentje van een Belg. Hij is er toevallig en we kletsen even. Ik complimenteer hem met het feit dat een Belg zo ver van zijn eigen land een succesvolle business heeft opgezet. Hij lacht en zegt de magische woorden: “Ik ben een nieuwe Belg”. We eten met heel veel smaak de Belgische super pattekes en een enorme moot verse gegrilde tonijn: super zalig.


De rest van onze laatste avond in Mal Pais brengen we door op onze supersonische loungebank met onze e-readers en de gebruikelijke alcoholische versnaperingen.


22 januari
Om een uurtje of negen vertrekken we naar San Jose. Om 11:00 uur vertrekt de boot, we moeten anderhalf uur varen en twee uurtje rijden. Ik heb een budget hotel gevonden niet ver van de luchthaven vandaan. Het heeft lovende recensies -op diverse sites-, een zwembad en vlakbij een goed restaurant. We zijn ruim op tijd bij de boot, drinken koffie en Klaas koopt onze overtocht. Die kosten vallen eindelijk eens mee, 25$, wij samen en de 4x4. Ik mag echter niet in de auto zitten als Klaas deze aan boord rijdt.
Ik moet met hele drommen mensen lopend de boot op en straks weer af. Reuze onhandig, maar er zal vast een logische Costa Ricaanse uitleg bij horen. Om de gezelligheid op de boot te intensiveren, hangen er overal speakers waar knetterharde salsa uitkomt. Ik kan Klaas niet verstaan. Met veel moeite vinden we ergens een plekje waar we de muziek minder goed horen. We moeten wel op de grond zitten en het is er bloedheet, maar alles beter dan in die teringherrie zitten. Wanneer we bijna het vaste land hebben bereikt, worden via het omroepsysteem, in drie talen, alle automobilisten naar hun auto’s gedirigeerd. Er vormt zich een enorme rij omdat iedereen eerst zijn autosleutels moet laten zien. Alle overige passagiers drommen samen voor een poortje. Het aanleggen van de boot is weer een heel (ongeautomatiseerd) spektakel. De ophaalbrug wordt door twee mannen -die aan immense kettingen staan te trekken-, bediend. Het duurt minstens tien minuten voordat de brug is neergelaten en in de juiste positie ligt. Dan begint het dringen en duwen. Je kunt je voorstellen wat een puinhoop het wordt wanneer alle automobilisten die van de boot zijn gereden nu hun reisgenoten moeten inladen. Iedereen stopt abrupt wat niet alleen enorme vertraging oplevert, ook gevaarlijke situaties. Dat er drie mensen van de rederij bij staan, ernaar kijken om vervolgens oorverdovend hard op een fluitje te gaan blazen, maakt de situatie alleen maar nog chaotischer. Hahahaha, wat een idioot gedoe jongens.
De weg naar San Jose is geheel geasfalteerd en in no time rijden we de oprit van het  Old House Hotel op. Het hotel is aan de buitenkant echt heel vaag en dat wordt voortgezet als we binnen zijn. Een allervriendelijkste dame noteert onze gegevens, laat ons eerst afrekenen (dom als we zijn, doen we dat) en laat ons dan pas de kamer zien. Een betonnen hok zonder ramen. Klaas en ik zijn zo op elkaar ingespeeld en zeggen tegelijk: ‘not good, we want a room with a window’. De eigenaresse kijkt verbaasd, maar loopt wel naar haar computer, rommelt er wat op en brengt ons naar een kamer gelegen aan haar keuken, weliswaar met een raam, maar wel aan de drukke (snel) weg. Ik word er helemaal ongezellig van. Ik gooi mijn rugzak in de hoek en verken het ‘hotel’. De zgn. spa en het binnenzwembad zijn van zo een armetierige treurnis dat ik er geen woorden aan wil besteden. Ik pak mijn computer, log in en google 'last minute hotels San Jose'. Bingo! Wat ik gisteren niet vond, vind ik nu wel. Met een 9.1 op Booking, twee minuutjes van de luchthaven en met 49$ per nacht en buitenzwembad, wordt dit onze laatste nacht Costa Rica. Ik wil coute que coute onze laatste uren in stijl afsluiten en niet in zo’n bedompt hok als dit. Ik loop terug naar de kamer, zeg Klaas dat hij z’n tas weer mag inpakken omdat we gaan verkassen. Ik betaal! Klaas kent me zo onderhand goed genoeg. Als ik echt heel ongelukkig ben, dan accepteert hij mijn dienstorders zonder weerwoord. Ik loop naar de eigenaresse en zeg dat we vertrekken. Ze spreekt heel slecht Engels, dus pas na tien minuten handen en voeten werk, valt het kwartje pas. Uit billijkheid vraag ik maar de helft van mijn geld terug (het hotel brengt geen kosten in rekening als je last minute annuleert, dus ik vind het heel fair van mezelf). Ze geeft het me terug zonder morren, maar als blikken konden doden…

In de auto bel ik het hotel dat ik op het oog heb en probeer Booking.com eruit te laten om nog wat korting te krijgen. Dat lukt en in nog geen twintig minuten staan we voor het Alameda de Golf Cariari gelegen in een supersonische luxe buitenwijk van San Jose, naast de golfbaan. Het hotel is adembenemend mooi en onze kamer gigantisch groot en luxe.
Hiehaaaa, het is weer gelukt, nouja, eeeeh mijn eerste zet was niet heel briljant geef ik gelijk toe. Ik duik het zwembad in, akelig koud, maar de omgeving is zo mooi, dat ik de rillingen op de koop toe neem. Aan het zwembad staan diverse comfortabele zitjes en plofbanken. Twee Franse jonge mannen, op de helft van een grote fles Ricard, hangen onderuit gezakt in hun stoel te roken. Ik maak even een babbeltje. Het zijn types met de nodige bravoure en iets teveel zelfingenomenheid. We praten even over Parijs en Charlie waarop een van de twee fulmineert dat hij op het vliegveld van Miami is aangehouden en uren is ondervraagt, puur omdat hij islamitisch (Algerije) is. Een lastige discussie volgt. Ik merk aan alles dat ik enerzijds zijn agressie jegens de autoriteiten feilloos begrijp, anderzijds merk ik ook dat het hele ‘schietincident’ de twee mannen koud laat en dat ze vooral heel erg met zichzelf te doen hebben. Lastig. Ik heb er geen zin in en ga lekker douchen.
We hebben razende honger en besluiten vroeg te gaan eten om later lekker aan het zwembad een wijntje te drinken en ons boek te lezen.
Er zitten veel verschillende eettentjes in een soort mall op een kwartiertje lopen van het hotel. Als we daar aankomen lopen we, we kennen het nu onderhand wel, een beetje zielloos rond. Het is een aaneenschakeling van Amerikaanse fastfood-achtige dingen. Er is ook een grill en visrestaurant waar de prijzen rond de 30 à 40$ pp liggen en het is er niet eens gezellig binnen. Nee, niet weer hè. We moeten wel eten, dus gaan we naar de Italiaan, een tl-verlichte tent waar we voor 40$ een wijntje en ‘n klein bordje pasta met uitgedroogde industriële Parmezaan geserveerd krijgen. Als iemand ons nou toch eens zou zien zitten, ik schaam me dood. Hier wilt niemand dood gevonden worden. We werken in razend tempo het bordje pasta naar binnen en rennen er snel weer weg. Op dit soort momenten schiet onophoudelijk door mijn hoofd hoe gelukkig ik ben met mijn leven, mijn woonomgeving en alle culinaire mogelijkheden die wij in Nederland hebben. Ook wel eens relativerend en goed dit soort gedachtes de revue te laten passeren.

In ons hotel zitten de Fransoosjes nog lekker te zuipen. Shit! De fles Ricard is nu ¾ leeg, de asbak zit ondertussen ramvol en het stemvolume van de twee is naar grote hoogtes gestegen. Godver..ik heb juist zo’n zin om even lekker buiten te zitten met mijn wijntje en het laatste stuk van het prachtige Puttertje wat trouwens (let op: spoiler alert) op het einde vreselijk tegenvalt. Na een kwartiertje vragen ze of het okay is als ze de muziek aanzetten. Jeetjes, het moet toch echt niet gekker worden. Wat zijn het toch allemaal voor rariteitenkabinetten die wij op deze reis ontmoeten? Hoezo bedenk je om in een hotel, in een openbare ruimte, ’s avonds laat, in het bijzijn van andere gasten, de muziek aan te zetten? Of ben ik nou zo’n zeikerd?
Ik zeg: Euh…non, je préfère, pas de musique’. Ik probeer hier namelijk even lekker très tranquille te genieten van la nature, oui? (het hotel ligt aan een schitterende golfbaan). Ze geloven me niet en drukken nog een paar keer door, maar ik houd voet bij stuk. Inmiddels ben ik zo geïrriteerd van hun sigarettenrook en ‘t harde Franse geblaf (ik versta alles letterlijk en het niveau van de gesprekken is om te huilen) dat ik zelf maar binnen ga zitten. Onder luid protest van de heren, want dat hoeft toch niet. Ik wuif het weg en als ik de deur achter me dichttrek gaat de muziek aan en schreeuwen ze nog harder om elkaar te kunnen verstaan.

Nu ik binnen zit, kan ik het hotel eens goed bekijken. Het ziet er allemaal vrij Dynastiaans uit afgetopt met een hoog maffia laagje, Het is allemaal extreem gelikt; enorme trappartijen in marmer, dikke leren fauteuils en diverse vitrinekasten met de nodige bling, bling beeldjes. Het heeft meer iets weg van een landhuis dan een hotel. Onze hoteldeur is van ijzer...echt een enorm zwaar gigantisch apparaat. Prachtig, maar wel een beetje overdreven, haha. 
Ons bed ligt lekker, (Klaas was weer zo attent om weer een extra laken en deken te regelen – we moeten hier voor de volgende reis echt even wat meer rekening mee gaan houden en een diepte investering lichtgewicht laken en deken gaan doen).

23 januari
Ons ontbijt de volgende dag is heel goed verzorgd. De Fransen zijn in geen velden of wegen te bekennen dus ik ren met koffie naar buiten, hiehaaa, terras lekker voor mij alleen, maar in een donker hoekje zit een meneer in zo’n rode zeilbroek en lichtblauwe la Coste polo zo hard aan een pijp te lurken dat de hele binnentuin grijs van de rook staat. Het is van die zoete weeïge pijptabak, en dat om fucking 07:00 uur in de ochtend. Ik sta met mijn kopje in mijn hand een beetje beteuterd te kijken. Hij kijkt me aan met een air van jewelste aan, zuigt nog eens flink aan zijn pijp, knikt me amper toe, blaast een enorme rookpluim uit en richt zijn ogen weer op de krant. Ligt het nou aan mij of…ach laat ook maar, we gaan wel weer binnen zitten.

Na het ontbijt zwem ik een paar rondjes, kleed me om, pak mijn tas in en een uur later tuffen Klaas en ik richting de car rental. Redelijk vlot leveren we de auto in. We geven de man alle spullen die we over hebben. Heel veel huisraad en wat voedsel. Hij is er zichtbaar super blij mee, maar laat het niet merken. De inspectieronde volgt. Na drie rondjes om de auto gelopen te hebben, bukt hij om eronder te kijken en begint dan over een dopje dat ergens mist (even staat mijn hart stil). Klaas reageert stoïcijns. ‘No problem sir, we are fully insured’. Hij ziet dan dat we inderdaad alle verzekeringen die je maar kunt afsluiten ook daadwerkelijk hebben afgekocht en houdt er stante pede over op. Later vraag ik Klaas, WTF was dat? BLUF, El! Pffff, wat een povere eikel, ik heb zin om hem te slaan! Elf dagen hebben we in deze auto rondgereden en maar liefst 800 euro gelapt en dan beginnen over een dopje onder de auto. Wat een mentaliteit, bah!
We worden naar de luchthaven gebracht en stappen in het vliegtuig naar Miami.

Tot slot
En zo sluit ik Costa Rica af, precies dit laatste dingetje bij de autoverhuur geeft mijn gevoel over dit land in een klap weer. Er klopt hier iets niet. Je betaalt de hoofdprijs en ze proberen je nog te naaien. Als ik dit zo type, vind ik het best heftig wat ik schrijf, en ook al is onze hele vakantie wellicht iets teveel “Murphy’s Law” geweest, ik ben wel van mening dat Costa Rica in alle opzichten niet klopt. De natuur is mooi, maar je moet er heel veel moeite voor doen de echte authentieke ongerepte versie ervan te vinden. De mensen zijn gewoon vriendelijk, maar absoluut niet bijzonder aardig of behulpzaam. Ik vond ze ronduitrit nietszeggend. Wel lijden ze echt allemaal, nee heus echt allemaal aan (een morbide vorm van) obesitas en zijn ze stuk voor stuk gillend ordinair. Ik heb maar een paar keer, ergens in de middle of nowhere, een boer op een paard zijn vee bij elkaar zien drijven. Toen zag ik een echte Costa Ricaan. Het locale voedsel, dat wat je in een soda krijgt zijn bonen, rijst en vlees of het is een fast food restaurant, in veel plaatsen zij aan zij te vinden. In de badplaatsen maak je nog de meeste kans gezond te eten; een lekker gegrild visje te of iets dat meer upscale is. Houd er wel rekening mee dat daar vaak ook een fors prijskaartje aanhangt. Over dat laatste. 

Het woord duur heb ik maar liefst dertien (!) keer in deze hele blog opgetypt. Maar ik kan het echt onderbouwen; wij zijn ons kapot geschrokken van de prijzen. Hoezo lees ik dat nergens, terwijl ik het wel te pas en te onpas hoor van medereizigers. Ik heb nog nooit zo vaak aan mezelf getwijfeld als de afgelopen drie weken, maar gelukkig werden mijn onderduikkriebels door velen bevestigd. Het leven in dit derde wereld land (ook al is het een van de stabielste in Midden en Zuid Amerika) is net zo duur en helaas vaak nog duurder dan Nederland. Hier hadden wij verre van rekening mee gehouden. We zijn echt wel bereid dollars (en colonnes) neer te leggen, maar bijna 100$ per dag voor een auto is echt absurd, net als brakke kamertjes zonder ramen gemaakt van vier triplex wandjes en een golfplaten dak voor 40$ per nacht, bizar veel geld. En zo kan ik nog wel eeeeeeeeeeeven doorgaan.

Het soort toeristen dat wij hebben ontmoet was gemêleerd. Normaal maken we op een reis (veel) meer tijdelijke vrienden, voeren we vaak grappige, interessante en boeiende gesprekken, maar in Costa Rica voelden we ons ‘lost’. Teveel tienerplus Amerikanen die zich als spring breakers gedroegen. Ook veel 'gewone' Amerikanen -ik heb echt helemaal niets tegen Amerikanen-, maar tijdens onze reis hebben we ze vaak met veel gene en de daaruit voortvloeiende irritatie bekeken. We waren zeker niet de enige stellen die er zo over denken. De mensen met wie wij een dieper contact ontwikkelden, (veelal Zweden, Zwitsers en Fransen) hadden allemaal hetzelfde gevoel. Wat is de gemiddelde Amerikaanse Costa Rica toerist oppervlakkig en wat gedragen ze zich extreem luidruchtig en egoïstisch.

En dan, tja het weer. Als ik had geweten dat het in januari continue regent aan de Carribische kant, dan was ik daar natuurlijk nooit daar gaan zitten. Maar in de talloze online reisboekjes en verslagen -die ik in allerijl heb gelezen- is daar met geen woord over gerept. Tot de dag van vandaag snap ik daar geen bal van. Ik ben toch echt wel een redelijk gepokte en gemazelde reiziger (ook al was onze voorbereiding te kort), ik ben niet gek, ik heb de basics gelezen en daar staat overal dat januari een maand is met schitterend weer en de minste regenval.
Ach wat zeur je Elles, een beetje regen in een tropisch land. Ja ik zeur, en ja ik vind dat heel terecht. Het is gewoon niet leuk non stop tropische regen. Serieus jongens, zo'n buitje houdt maar niet op. Alles wordt klam, je bed, je schoenen, al je kleding, de bank waarop je zit, gewoon alles. Ik spaar een jaar lang om een maand lekker onbezorgd te mogen genieten. Twee van de vier weken regen hoort niet tot mijn plezier van een onbezorgde tijd, ook al is het 25 graden en in Nederland -1. Maar genoeg over wat me tegen is gevallen (en Klaas ook).

Wat ik leuk vond?
De tucan’s en de diversiteit aan exotische vogels en andere gekke dierlijke gevallen, de enorme groene oneindige regenwouden, die geweldige Pip, Donald, Stéphanie en Jerõme van respectievelijk twee geweldige B&B’s. Het rijden in de 4x4 door onherbergzaam gebieden en last but certainly not least: Klaas en ik hebben ondanks de povere omstandigheden, het samen prima gered en we hebben nog best vaak gelachen (terwijl ik liever wilde huilen). We hebben elkaar niet de hersens ingeslagen en zijn ondanks de vele klamme lakens, altijd lepeltje lepeltje gaan slapen ;-) Ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat heel wat stellen deze vakantie samen niet zouden hebben overleefd, en dat meen ik uit de grond van mijn hart.

La Pura Vida, sorry hoor, A Ma Hula














Er komt nog één deel: Miami 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten