woensdag 28 januari 2015

EN AAN ALLES KOMT EEN EINDE, OOK AAN COSTA RICA (deel 6)

21 januari

Het wakker worden in deze kamer is een feest. We slapen lekker en weten dat als we onze ogen opendoen de zon uitbundig schijnt, we een heerlijk terras tot onze beschikking hebben en helemaal niets op de agenda hebben staan. We besluiten naar ‘The Bakery’ te rijden om daar een take away ontbijt te halen. Hun bosbessen smoothies zijn zo lekker en een bruin stokbroodje is ook niet verkeerd.


We ontbijten een oneindigheid lang en zetten vele potjes koffie. We wilden eigenlijk vandaag weer gaan golfsurfen, maar zijn beiden zo stijf en voelen allerlei spieren waar we het bestaan niet van kennen, dat we besluiten er een relaxed dagje van te maken. In de buurt liggen talloze watervallen en waarom daar niet twee van bezoeken? Eerst eentje die niet erg toeristisch is, the 'Delizia Falls' en erna naar de zogenaamd beroemdste die Costa Rica rijk is, ‘the Montezuma Falls’. Het is een half uurtje dirt road rijden naar het plaatsje, je raadt het al, Montezuma. Ik hoop dat we Matt Damon zien, die heeft hier nl. een huis. Oja had ik al verteld dat Mel Gibson op een paar meter van onze casa Naranja in Mal Pais een joekel van een huis heeft en te pas en te onpas dronken door het dorpje hobbelt en bijna dagelijks in The Bakery zit? We hebben hem helaas niet gespot.
Afijn, we rijden naar de Delezia Falls, maar hoe goed we ook zoeken, terugrijden, vragen, we kunnen ‘m niet vinden. Frustrerend. We rijden door naar de andere waterval, parkeren de auto, zorgen voor genoeg water, trekken stevige schoenen aan en beginnen aan een wandeling over rotsen en watertjes van een kleine 20 minuten.
Overal aapjes waar we lopen..zo leuk!
Het is goed opletten, de stenen zijn glad. Soms moeten we ons vasthouden aan touwen die er zijn opgehangen. Het heeft wel wat. Aangekomen op het eerste niveau zijn we erg teleurgesteld. Het stikt er van de toeristen. Er is niet eens plaats om ergens in de zon te zitten. Bah, weinig aantrekkelijk. Klaas vraagt hoe we op het tweede niveau kunnen komen. Dat blijkt een hele klim te worden. Leuk, hier houden we van. Na een kwartier zijn we er. Ik ben buiten adem (conditie is echt helemaal weg, grrr) als ik tot mijn grote schrik bij een, nee echt, loketje aankom. Het zal toch niet waar zijn, maar het is waar. We moeten drie euro betalen om de tweede waterval te bekijken en erin te mogen zwemmen. Wat ben ik klaar met deze achterbakse tactieken. Gatverdamme!
Even dokken graag...
Het is gelukkig een heel stuk rustiger en ruimer hier. Fijn. Het publiek is echter nog steeds niet ‘my cup of tea’. Een Amerikaans tienerstelletje heeft een gettoblaster aanstaan (hoe krijg je in hemelsnaam zo’n ding mee?) en de meeste jongelui zijn aan de zuip. Het is van lekker veel schreeuwen. Dit plaatje staat in zo’n contrast met de schitterende (rustgevende) natuur. Klaas en ik trekken ons terug in een wat kleinere poel en genieten van het heldere frisse water en de warme zon. Na een uurtje hebben we het wel gezien en beginnen de klautertocht terug.


In Montezuma besluiten we eens goed te gaan lunchen. Het dorpje ziet er op het eerste oog heel gezellig en kneuterig uit. Via Tripadvisor vind ik iets dat me erg aanspreekt; Ylang Ylang. We rijden er naartoe, parkeren de auto en moeten nog een stukje over het prachtige strand lopen (op een rots in zee zitten tientallen pelikanen, wat mooi).


Het hotel/restaurant is schitterend. Een fraaie houten lodge met prachtig uitzicht over zee, met zalige zitjes. We bekijken hongerig de kaart en leggen hem maar weer snel weg. Pffff minstens 30 dollar voor een gerechtje. Dat is dus nog zonder de 10% tax en de (verplichte) 15% tip. Dit rekensommetje mag je trouwens in heel Costa Rica maken. Geheel overgenomen van de Amerikanen wordt hier op alles nog eens 10%, of als er service wordt geboden, 25% opgeteld. Het past zo niet in een land als dit. Ik merk dat ik er ook helemaal klaar mee ben. De veel te hoge prijzen vs het gebodene. We rijden terug naar het dorpje en bekijken wat andere restaurantjes. Het is hier schrikbarend veel duurder dan in Mal Pais en er hangt weinig sfeer. We rijden met lege maag terug naar ons eigenste veel gezelligere durpske en rijden linea recta door naar de Burger Rancho; een super leuk en lekker eettentje van een Belg. Hij is er toevallig en we kletsen even. Ik complimenteer hem met het feit dat een Belg zo ver van zijn eigen land een succesvolle business heeft opgezet. Hij lacht en zegt de magische woorden: “Ik ben een nieuwe Belg”. We eten met heel veel smaak de Belgische super pattekes en een enorme moot verse gegrilde tonijn: super zalig.


De rest van onze laatste avond in Mal Pais brengen we door op onze supersonische loungebank met onze e-readers en de gebruikelijke alcoholische versnaperingen.


22 januari
Om een uurtje of negen vertrekken we naar San Jose. Om 11:00 uur vertrekt de boot, we moeten anderhalf uur varen en twee uurtje rijden. Ik heb een budget hotel gevonden niet ver van de luchthaven vandaan. Het heeft lovende recensies -op diverse sites-, een zwembad en vlakbij een goed restaurant. We zijn ruim op tijd bij de boot, drinken koffie en Klaas koopt onze overtocht. Die kosten vallen eindelijk eens mee, 25$, wij samen en de 4x4. Ik mag echter niet in de auto zitten als Klaas deze aan boord rijdt.
Ik moet met hele drommen mensen lopend de boot op en straks weer af. Reuze onhandig, maar er zal vast een logische Costa Ricaanse uitleg bij horen. Om de gezelligheid op de boot te intensiveren, hangen er overal speakers waar knetterharde salsa uitkomt. Ik kan Klaas niet verstaan. Met veel moeite vinden we ergens een plekje waar we de muziek minder goed horen. We moeten wel op de grond zitten en het is er bloedheet, maar alles beter dan in die teringherrie zitten. Wanneer we bijna het vaste land hebben bereikt, worden via het omroepsysteem, in drie talen, alle automobilisten naar hun auto’s gedirigeerd. Er vormt zich een enorme rij omdat iedereen eerst zijn autosleutels moet laten zien. Alle overige passagiers drommen samen voor een poortje. Het aanleggen van de boot is weer een heel (ongeautomatiseerd) spektakel. De ophaalbrug wordt door twee mannen -die aan immense kettingen staan te trekken-, bediend. Het duurt minstens tien minuten voordat de brug is neergelaten en in de juiste positie ligt. Dan begint het dringen en duwen. Je kunt je voorstellen wat een puinhoop het wordt wanneer alle automobilisten die van de boot zijn gereden nu hun reisgenoten moeten inladen. Iedereen stopt abrupt wat niet alleen enorme vertraging oplevert, ook gevaarlijke situaties. Dat er drie mensen van de rederij bij staan, ernaar kijken om vervolgens oorverdovend hard op een fluitje te gaan blazen, maakt de situatie alleen maar nog chaotischer. Hahahaha, wat een idioot gedoe jongens.
De weg naar San Jose is geheel geasfalteerd en in no time rijden we de oprit van het  Old House Hotel op. Het hotel is aan de buitenkant echt heel vaag en dat wordt voortgezet als we binnen zijn. Een allervriendelijkste dame noteert onze gegevens, laat ons eerst afrekenen (dom als we zijn, doen we dat) en laat ons dan pas de kamer zien. Een betonnen hok zonder ramen. Klaas en ik zijn zo op elkaar ingespeeld en zeggen tegelijk: ‘not good, we want a room with a window’. De eigenaresse kijkt verbaasd, maar loopt wel naar haar computer, rommelt er wat op en brengt ons naar een kamer gelegen aan haar keuken, weliswaar met een raam, maar wel aan de drukke (snel) weg. Ik word er helemaal ongezellig van. Ik gooi mijn rugzak in de hoek en verken het ‘hotel’. De zgn. spa en het binnenzwembad zijn van zo een armetierige treurnis dat ik er geen woorden aan wil besteden. Ik pak mijn computer, log in en google 'last minute hotels San Jose'. Bingo! Wat ik gisteren niet vond, vind ik nu wel. Met een 9.1 op Booking, twee minuutjes van de luchthaven en met 49$ per nacht en buitenzwembad, wordt dit onze laatste nacht Costa Rica. Ik wil coute que coute onze laatste uren in stijl afsluiten en niet in zo’n bedompt hok als dit. Ik loop terug naar de kamer, zeg Klaas dat hij z’n tas weer mag inpakken omdat we gaan verkassen. Ik betaal! Klaas kent me zo onderhand goed genoeg. Als ik echt heel ongelukkig ben, dan accepteert hij mijn dienstorders zonder weerwoord. Ik loop naar de eigenaresse en zeg dat we vertrekken. Ze spreekt heel slecht Engels, dus pas na tien minuten handen en voeten werk, valt het kwartje pas. Uit billijkheid vraag ik maar de helft van mijn geld terug (het hotel brengt geen kosten in rekening als je last minute annuleert, dus ik vind het heel fair van mezelf). Ze geeft het me terug zonder morren, maar als blikken konden doden…

In de auto bel ik het hotel dat ik op het oog heb en probeer Booking.com eruit te laten om nog wat korting te krijgen. Dat lukt en in nog geen twintig minuten staan we voor het Alameda de Golf Cariari gelegen in een supersonische luxe buitenwijk van San Jose, naast de golfbaan. Het hotel is adembenemend mooi en onze kamer gigantisch groot en luxe.
Hiehaaaa, het is weer gelukt, nouja, eeeeh mijn eerste zet was niet heel briljant geef ik gelijk toe. Ik duik het zwembad in, akelig koud, maar de omgeving is zo mooi, dat ik de rillingen op de koop toe neem. Aan het zwembad staan diverse comfortabele zitjes en plofbanken. Twee Franse jonge mannen, op de helft van een grote fles Ricard, hangen onderuit gezakt in hun stoel te roken. Ik maak even een babbeltje. Het zijn types met de nodige bravoure en iets teveel zelfingenomenheid. We praten even over Parijs en Charlie waarop een van de twee fulmineert dat hij op het vliegveld van Miami is aangehouden en uren is ondervraagt, puur omdat hij islamitisch (Algerije) is. Een lastige discussie volgt. Ik merk aan alles dat ik enerzijds zijn agressie jegens de autoriteiten feilloos begrijp, anderzijds merk ik ook dat het hele ‘schietincident’ de twee mannen koud laat en dat ze vooral heel erg met zichzelf te doen hebben. Lastig. Ik heb er geen zin in en ga lekker douchen.
We hebben razende honger en besluiten vroeg te gaan eten om later lekker aan het zwembad een wijntje te drinken en ons boek te lezen.
Er zitten veel verschillende eettentjes in een soort mall op een kwartiertje lopen van het hotel. Als we daar aankomen lopen we, we kennen het nu onderhand wel, een beetje zielloos rond. Het is een aaneenschakeling van Amerikaanse fastfood-achtige dingen. Er is ook een grill en visrestaurant waar de prijzen rond de 30 à 40$ pp liggen en het is er niet eens gezellig binnen. Nee, niet weer hè. We moeten wel eten, dus gaan we naar de Italiaan, een tl-verlichte tent waar we voor 40$ een wijntje en ‘n klein bordje pasta met uitgedroogde industriële Parmezaan geserveerd krijgen. Als iemand ons nou toch eens zou zien zitten, ik schaam me dood. Hier wilt niemand dood gevonden worden. We werken in razend tempo het bordje pasta naar binnen en rennen er snel weer weg. Op dit soort momenten schiet onophoudelijk door mijn hoofd hoe gelukkig ik ben met mijn leven, mijn woonomgeving en alle culinaire mogelijkheden die wij in Nederland hebben. Ook wel eens relativerend en goed dit soort gedachtes de revue te laten passeren.

In ons hotel zitten de Fransoosjes nog lekker te zuipen. Shit! De fles Ricard is nu ¾ leeg, de asbak zit ondertussen ramvol en het stemvolume van de twee is naar grote hoogtes gestegen. Godver..ik heb juist zo’n zin om even lekker buiten te zitten met mijn wijntje en het laatste stuk van het prachtige Puttertje wat trouwens (let op: spoiler alert) op het einde vreselijk tegenvalt. Na een kwartiertje vragen ze of het okay is als ze de muziek aanzetten. Jeetjes, het moet toch echt niet gekker worden. Wat zijn het toch allemaal voor rariteitenkabinetten die wij op deze reis ontmoeten? Hoezo bedenk je om in een hotel, in een openbare ruimte, ’s avonds laat, in het bijzijn van andere gasten, de muziek aan te zetten? Of ben ik nou zo’n zeikerd?
Ik zeg: Euh…non, je préfère, pas de musique’. Ik probeer hier namelijk even lekker très tranquille te genieten van la nature, oui? (het hotel ligt aan een schitterende golfbaan). Ze geloven me niet en drukken nog een paar keer door, maar ik houd voet bij stuk. Inmiddels ben ik zo geïrriteerd van hun sigarettenrook en ‘t harde Franse geblaf (ik versta alles letterlijk en het niveau van de gesprekken is om te huilen) dat ik zelf maar binnen ga zitten. Onder luid protest van de heren, want dat hoeft toch niet. Ik wuif het weg en als ik de deur achter me dichttrek gaat de muziek aan en schreeuwen ze nog harder om elkaar te kunnen verstaan.

Nu ik binnen zit, kan ik het hotel eens goed bekijken. Het ziet er allemaal vrij Dynastiaans uit afgetopt met een hoog maffia laagje, Het is allemaal extreem gelikt; enorme trappartijen in marmer, dikke leren fauteuils en diverse vitrinekasten met de nodige bling, bling beeldjes. Het heeft meer iets weg van een landhuis dan een hotel. Onze hoteldeur is van ijzer...echt een enorm zwaar gigantisch apparaat. Prachtig, maar wel een beetje overdreven, haha. 
Ons bed ligt lekker, (Klaas was weer zo attent om weer een extra laken en deken te regelen – we moeten hier voor de volgende reis echt even wat meer rekening mee gaan houden en een diepte investering lichtgewicht laken en deken gaan doen).

23 januari
Ons ontbijt de volgende dag is heel goed verzorgd. De Fransen zijn in geen velden of wegen te bekennen dus ik ren met koffie naar buiten, hiehaaa, terras lekker voor mij alleen, maar in een donker hoekje zit een meneer in zo’n rode zeilbroek en lichtblauwe la Coste polo zo hard aan een pijp te lurken dat de hele binnentuin grijs van de rook staat. Het is van die zoete weeïge pijptabak, en dat om fucking 07:00 uur in de ochtend. Ik sta met mijn kopje in mijn hand een beetje beteuterd te kijken. Hij kijkt me aan met een air van jewelste aan, zuigt nog eens flink aan zijn pijp, knikt me amper toe, blaast een enorme rookpluim uit en richt zijn ogen weer op de krant. Ligt het nou aan mij of…ach laat ook maar, we gaan wel weer binnen zitten.

Na het ontbijt zwem ik een paar rondjes, kleed me om, pak mijn tas in en een uur later tuffen Klaas en ik richting de car rental. Redelijk vlot leveren we de auto in. We geven de man alle spullen die we over hebben. Heel veel huisraad en wat voedsel. Hij is er zichtbaar super blij mee, maar laat het niet merken. De inspectieronde volgt. Na drie rondjes om de auto gelopen te hebben, bukt hij om eronder te kijken en begint dan over een dopje dat ergens mist (even staat mijn hart stil). Klaas reageert stoïcijns. ‘No problem sir, we are fully insured’. Hij ziet dan dat we inderdaad alle verzekeringen die je maar kunt afsluiten ook daadwerkelijk hebben afgekocht en houdt er stante pede over op. Later vraag ik Klaas, WTF was dat? BLUF, El! Pffff, wat een povere eikel, ik heb zin om hem te slaan! Elf dagen hebben we in deze auto rondgereden en maar liefst 800 euro gelapt en dan beginnen over een dopje onder de auto. Wat een mentaliteit, bah!
We worden naar de luchthaven gebracht en stappen in het vliegtuig naar Miami.

Tot slot
En zo sluit ik Costa Rica af, precies dit laatste dingetje bij de autoverhuur geeft mijn gevoel over dit land in een klap weer. Er klopt hier iets niet. Je betaalt de hoofdprijs en ze proberen je nog te naaien. Als ik dit zo type, vind ik het best heftig wat ik schrijf, en ook al is onze hele vakantie wellicht iets teveel “Murphy’s Law” geweest, ik ben wel van mening dat Costa Rica in alle opzichten niet klopt. De natuur is mooi, maar je moet er heel veel moeite voor doen de echte authentieke ongerepte versie ervan te vinden. De mensen zijn gewoon vriendelijk, maar absoluut niet bijzonder aardig of behulpzaam. Ik vond ze ronduitrit nietszeggend. Wel lijden ze echt allemaal, nee heus echt allemaal aan (een morbide vorm van) obesitas en zijn ze stuk voor stuk gillend ordinair. Ik heb maar een paar keer, ergens in de middle of nowhere, een boer op een paard zijn vee bij elkaar zien drijven. Toen zag ik een echte Costa Ricaan. Het locale voedsel, dat wat je in een soda krijgt zijn bonen, rijst en vlees of het is een fast food restaurant, in veel plaatsen zij aan zij te vinden. In de badplaatsen maak je nog de meeste kans gezond te eten; een lekker gegrild visje te of iets dat meer upscale is. Houd er wel rekening mee dat daar vaak ook een fors prijskaartje aanhangt. Over dat laatste. 

Het woord duur heb ik maar liefst dertien (!) keer in deze hele blog opgetypt. Maar ik kan het echt onderbouwen; wij zijn ons kapot geschrokken van de prijzen. Hoezo lees ik dat nergens, terwijl ik het wel te pas en te onpas hoor van medereizigers. Ik heb nog nooit zo vaak aan mezelf getwijfeld als de afgelopen drie weken, maar gelukkig werden mijn onderduikkriebels door velen bevestigd. Het leven in dit derde wereld land (ook al is het een van de stabielste in Midden en Zuid Amerika) is net zo duur en helaas vaak nog duurder dan Nederland. Hier hadden wij verre van rekening mee gehouden. We zijn echt wel bereid dollars (en colonnes) neer te leggen, maar bijna 100$ per dag voor een auto is echt absurd, net als brakke kamertjes zonder ramen gemaakt van vier triplex wandjes en een golfplaten dak voor 40$ per nacht, bizar veel geld. En zo kan ik nog wel eeeeeeeeeeeven doorgaan.

Het soort toeristen dat wij hebben ontmoet was gemêleerd. Normaal maken we op een reis (veel) meer tijdelijke vrienden, voeren we vaak grappige, interessante en boeiende gesprekken, maar in Costa Rica voelden we ons ‘lost’. Teveel tienerplus Amerikanen die zich als spring breakers gedroegen. Ook veel 'gewone' Amerikanen -ik heb echt helemaal niets tegen Amerikanen-, maar tijdens onze reis hebben we ze vaak met veel gene en de daaruit voortvloeiende irritatie bekeken. We waren zeker niet de enige stellen die er zo over denken. De mensen met wie wij een dieper contact ontwikkelden, (veelal Zweden, Zwitsers en Fransen) hadden allemaal hetzelfde gevoel. Wat is de gemiddelde Amerikaanse Costa Rica toerist oppervlakkig en wat gedragen ze zich extreem luidruchtig en egoïstisch.

En dan, tja het weer. Als ik had geweten dat het in januari continue regent aan de Carribische kant, dan was ik daar natuurlijk nooit daar gaan zitten. Maar in de talloze online reisboekjes en verslagen -die ik in allerijl heb gelezen- is daar met geen woord over gerept. Tot de dag van vandaag snap ik daar geen bal van. Ik ben toch echt wel een redelijk gepokte en gemazelde reiziger (ook al was onze voorbereiding te kort), ik ben niet gek, ik heb de basics gelezen en daar staat overal dat januari een maand is met schitterend weer en de minste regenval.
Ach wat zeur je Elles, een beetje regen in een tropisch land. Ja ik zeur, en ja ik vind dat heel terecht. Het is gewoon niet leuk non stop tropische regen. Serieus jongens, zo'n buitje houdt maar niet op. Alles wordt klam, je bed, je schoenen, al je kleding, de bank waarop je zit, gewoon alles. Ik spaar een jaar lang om een maand lekker onbezorgd te mogen genieten. Twee van de vier weken regen hoort niet tot mijn plezier van een onbezorgde tijd, ook al is het 25 graden en in Nederland -1. Maar genoeg over wat me tegen is gevallen (en Klaas ook).

Wat ik leuk vond?
De tucan’s en de diversiteit aan exotische vogels en andere gekke dierlijke gevallen, de enorme groene oneindige regenwouden, die geweldige Pip, Donald, Stéphanie en Jerõme van respectievelijk twee geweldige B&B’s. Het rijden in de 4x4 door onherbergzaam gebieden en last but certainly not least: Klaas en ik hebben ondanks de povere omstandigheden, het samen prima gered en we hebben nog best vaak gelachen (terwijl ik liever wilde huilen). We hebben elkaar niet de hersens ingeslagen en zijn ondanks de vele klamme lakens, altijd lepeltje lepeltje gaan slapen ;-) Ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat heel wat stellen deze vakantie samen niet zouden hebben overleefd, en dat meen ik uit de grond van mijn hart.

La Pura Vida, sorry hoor, A Ma Hula














Er komt nog één deel: Miami 



zaterdag 24 januari 2015

HERE COMES THE SUN, IT'S ALRIGHT (deel 5)

We zijn koud een kwartiertje en route en de zon breekt al vol door. Bizar hoor die scheidslijn tussen regen en lekker weer (lees: Pacific vs Carribean). We zetten de raampjes wagenwijd open, warme droge lucht waait door de auto. Oooh wat zalig, wat kan warmte eens mens toch goed doen. De route die we rijden naar Brasilito voert ons exact langs een schitterende waterval. Pip en Donald gaven deze highlight nog als een laatste tip mee. We hebben alle tijd en willen vooral heel erg graag uiteindelijk toch nog een waterval meemaken. En dat blijkt geen verkeerde keuze. We parkeren de auto. Een mannetje komt aanstrompelen en geeft ons een blaadje met daarop 2$ geschreven (natuurlijk is er weer een slimmerik die op een verlaten stuk niemandsland een stoel heeft neergezet en besloten heeft aan iedereen geld te vragen voor het parkeren).
We lopen een paar minuten via een kronkelweggetje naar de waterval. Pfff wat ziet die er heerlijk verfrissend uitz. Het is er niet druk en het water is kraakhelder. Ik spring er meteen in..oooh zalig! Klaas en ik spetteren er saampjes even driftig op los, maken een selfie voor op de muur in onze gang en zetten vervolgens de reis naar onze strandvakantie voort. Het wordt een heerlijke roadtrip van dik drie uur. Als we Brasilito inrijden voelen we ons meteen thuis; ‘n lekker laid back dorpje met veel kleine winkeltjes, soda’s (kleine typische Costa Ricaanse eethuisjes) en overal een schitterend uitzicht op een fonkelend azuurblauwe zee. We rijden in een keer naar La Quinta Esencia, ons onderkomen voor drie nachten. Bij de eerste aanblik van deze Bed & Breakfast maakt mijn hart een sprongetje.
Wat ziet het er leuk en hip uit. Zo anders! Als we de auto stilzetten komt een vrolijkerd met half lang blond kullend haar ons tegemoet lopen. Het is Jerome, de eigenaar. Jerome ken ik eigenlijk al. Tien minuten nadat ik op Booking.com had geboekt, heeft hij me een persoonlijk mailtje gestuurd om me te bedanken voor de boeking. Dat vind ik zo onwijs leuk en betrokken. Hij heet ons welkom. Heerlijk om weer even Frans te spreken. Het klikt meteen en als Jerome ons de kamer (ze hebben er maar vier) laat zien, geloof ik mijn ogen niet. Wat een ruime, frisse super leuk ingerichte ruimte. En dat voor -Costa Ricaanse begrippen- relatief een heel schappelijk bedrag van 70$ per nacht, met ontbijt. Jerome stelt ons voor aan zijn vriendin Stephanie en we kletsen meteen elkaar de oren van het hoofd. Jerome en Stephanie zijn beiden gescheiden en hebben samen de grote stap gewaagd om alles in Frankrijk achter te laten (Jerome verkocht een aantal opticien zaken en Stephanie hing haar baan als verpleegkundige aan de wilgen). De twee kids van Stephanie en de oudste dochter van Jerome zijn meegekomen en gaan in Brasilito naar een privéschool waar ze het ontzettend naar hun zin hebben. Ik heb tot nu toe totaal niet begrepen waarom mensen hier zouden willen wonen, maar hoe deze samengestelde familie het voor elkaar heeft, prachtig huis, mooie B&B, fijn dorpje, altijd mooi weer, kan ik me er toch wel wat bij voorstellen.

Stephanie geeft ons een zelfgetekende kaart van het dorpje en vertelt ons waar we lekker (en goedkoop) kunnen eten. We gaan meteen op pad, bikini aan en op zoek naar een lekker gegrild visje, we rammelen.
Op het strand van Brasilito zit een leuk vistentje waar we met de voeten in het warme zand van een gegrild visje en biertje genieten. Na dit koningsmaal lopen we over het strand van Brasilito naar het aanpalende strand Conchal. Hèt strand in deze regio. Klopt! Een baai verder en voor ons ligt een parelwit fijn zandstrand met een nog blauwere zee. Het is nog steeds geen Thailand, maar het is absoluut mooi. We rennen de zee in (eerst onze spullen bij iemand in veiligheid gebracht-nooit je spullen onbewaakt ergens leggen) waarbij ik een totaal verkeerde inschatting van de golven maak en meteen wordt meegezogen, drie keer over de kop ga, om proestend weer boven te komen. Klaas piest zowat in zijn broek van het lachen. Mijn haar, dat ik zo angstvallig altijd droog wil houden, is natuurlijk zeiknat, mijn oren zitten potdicht en mijn neus is lekker doorgespoeld. We drogen op en slenteren op standje vakantie naar huis. We pakken de auto om wat boodschappen te doen (bier en wijn) en geld te pinnen. Dat laatste is weer een gedoe. Een automaat is buiten gebruik, de andere spuugt geen dollars uit en bij de derde kunnen we maar een minimaal bedragje aan dollars pinnen. Mega irritant. Het is zondag, duw waarschijnlijk zijn de atm’s morgen weer bijgevuld.

We zitten zalig op het dakterras van La Quinta Esencia. Wijntje erbij, boekje, zalig briesje. Na 13 dagen is het dan toch eindelijk zover, de vakantiemodus is gevonden. ’s Avonds gaan we op zoek naar een leuk eettentje. Er is niet bar veel te vinden in Brasilito. We lopen best een paar rondjes, maar ik vind het nergens echt leuk. Na al onze reizen zijn dit van die breekmomenten weten Klaas en ik nu. Ik heb een idee in mijn hoofd hoe ik het wil en dat is niet te vinden. Ik raak geïrriteerd en besluit uiteindelijk nergens meer te willen eten. Ondanks de afspraken die we in de loop van de tijd hebben gemaakt om deze situaties te voorkomen, lukt het deze keer bijna niet. Klaas grijpt even op z’n Klaas' in, gaat bij de drukste soda zitten, weliswaar de meest ongezellige tl-verlichte tent, maar wanneer onze buurman in het Engels ongevraagd aangeeft dat ze heerlijke visschotels hebben, geloof ik dat het wel goed gaat komen. En hoe. Voor 20$ krijgen we een hele schaal met allerlei soorten vis (waaronder kreeft en krab) in een heerlijke saus. Het ziet er niet 123 heel appetijtelijk uit zo met het blote oog, maar het is zalig. Eind goed, al goed.
De rest van de avond lezen we nog lekker op het upper deck en slapen goed. We hebben een mega kingsize bed, airco en het is doodstil.

15 januari

Als we ’s ochtends de deur open doen worden we weer helemaal blij. Er staan vier tafeltjes op het terras opgesteld, fraai gedekt. Jerome legt uit dat er versgebakken zelfgemaakt stokbrood is, er voor iedereen een bord geschild fruit en een fles vers geperste jus d’orange in de koelkast staan, vier soorten cereals en yoghurt en huisgemaakte confiture (maar liefst zes verschillende soorten). WOW! Wat een geweldig ontbijt en super start van de dag. We genieten er enorm van en zitten tot de middag daar aan ons tafeltje een beetje koffietjes te drinken (echt lekkere koffie) een boekje te lezen en onze reisplannen voor de rest van de vakantie op internet te plannen.

De middags gaan we lekker zonnen, zwemmen en een visje eten op playa Conchal bij het BBQ stalletje van Mamita. Milena (bijnaam dus Mamita) is een enorme maar dan ook echt enorme dikke Tika (zo worden Costa Ricanen genoemd) die dagelijks een brakke BBQ aansteekt en vanuit haar auto met grote achterbak met daarin een hoop koelboxen, een portable restaurant bestiert. Jerome en Stephanie hebben ons aangeraden daar een visje te gaan eten. Ook verhuurt Mamita strandstoelen en parasols. Twee (brakke half kapotte) stoelen en een parasol kosten 16$ per dag. Ik vind het belachelijk veel geld voor een paar uurtjes. Als Klaas de naam van Stephanie en Jerome noemt, zakt de prijs wel naar 10$. Nou vooruit, doen we. We bestellen ook beiden een visje en twee biertjes. Maar eerst facetime ik papa en Lonneke, die ook bij hem in Geldrop is. Precies een jaar geleden is mama overleden en ik vind het heel erg dat ik niet bij hen kan zijn op deze rare dag. Afgelopen nachten heb ik rare en beklemmende dromen gehad die over haar gingen. Steeds weer dat ene issue; dat ze geen vrede heeft met de situatie en dat ze enorm boos is over dat haar dit moet overkomen (wat ik heel goed kan begrijpen). Ik heb me tijdens haar hele ziekteproces vaak onmachtig gevoeld om zoveel dingen. Niet met haar kunnen praten over de naderende dood, weigerde ze pertinent, maar haar ook niet te kunnen helpen met het lot dat haar beschoren is. Een stukje acceptatie, daar had ik veel voor over gehad. Het is echt leuk en fijn om Lon en papa weer even live te zien. Beiden zijn gelukkig opgewekt. De zus van mama, tante Ton en haar man Maarten zijn ook op bezoek. Later die avond gaan ze gezellig gezamenlijk uiteten wat me een fijn gevoel geeft. Voor hen is het weer leuk ons op het strand te zien. Lang leve mijn Costa Ricaanse simkaart. Die investering van 20$ voor onbeperkt internetten (nou ja 3 gig –waarvan ik er bij vertrek 1,5 overhoud) en bellen is zo handig!

Waar waren we gebleven, oja, de lunch: Klaas krijgt een lel van een vis geserveerd, ik kom er een stuk bekaaider vanaf. De vis wordt geserveerd met twee droge tortilla’s, een klodder mayo en curry en een eierdopje salade. Het is lekker, en het heeft zeker wel wat om zo op het strand een in een visje prikken, maar als we later bijna 40$ mogen aftikken, vind ik het toch opeens een heel stuk minder leuk. Lekker primitief doen voor de hoofdprijs. Het past ook weer helemaal in dit land. We hebben zojuist twee keer zoveel betaald als de dag ervoor, in een echt visrestaurant, met veel meer lekkere dingetjes. Later op de avond vraag ik Steph en Jerome wat zij eigenlijk betalen als ze bij Mamita aanschuiven. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat zij bereid zijn zulke bedragen te betalen. Het blijkt inderdaad significant minder te zijn dan wij neerlegden. En zo weet je weer even heel goed dat je een enorme toerist bent die vette dollartekens op zijn voorhoofd heeft staan en ze ook nog betaalt ook nog..stom!
Net als de dag ervoor drinken we lekker op ons terras een aperitiefje en eten erna in een pizzeria, driehonderd meter van onze B&B een –echte- Italiaanse pizza. De eigenaar is nl. Italiaan en dat proef je, lekker! De tent zit schijnbaar iedere dag stampvol met vooral Amerikanen (in Hawaiishirt met strohoed). Veel USA residenten hebben hier een tweede huis, we zien er heel veel te koop staan; de real estate is hier big business.

We bespreken de plannen voor de rest van de vakantie. We willen dolgraag naar Drake Bay, helemaal aan de andere kant van Costa Rica. Het schijnt het daar lekker rauw te zijn met de meest goddelijke strandjes en wandelmogelijkheden. We googelen ons suf op fraaie accommodaties maar als Klaas, de slimmerd, even naar de weersverwachtingen kijkt, betrekt zijn gezicht. Er komt een gigantisch lage druk gebied aan dat heel Costa Rica zal beïnvloeden (behalve het stukje peninsula waar wij nu zitten). Aankomende week heel veel regen, ook aan de Pacific zijde. Ik geloof het niet. Wat een k…zooi! Moeten we weer de reisplannen omgooien en zijn we eigenlijk genoodzaakt in dit gebied te blijven. We besluiten het even te laten rusten, in ieder geval een dag extra te boeken waar we nu zitten. Niet erg, best fijn wel.
Of het nu komt van de verschillende soorten wijn (niet veel, maar wel drie verschillende soorten druiven) die ik door elkaar heb gedronken of was het visje van Mamita, het doet er verder niet toe, ik slaap slecht en voel me de hele nacht niet lekker.

16 januari

Ik word misselijk wakker. Getver, hier heb ik dus echt geen zin in. Moet ik nu echt mijn vingers in mijn keel stoppen om de boel eruit laten komen, maar daar ben ik gewoon heel slecht in dus besluit ik de natuur maar op zijn beloop te laten, met het gevolg dat ik de hele dag verre van fit ben en geen enkele zin heb in eten, laat staan een alcoholische versnapering tot me te nemen. Mijn lever is er in ieder geval een dagje heel blij mee.


In de middag gaan we een ander strandje ontdekken, playa Flamingo, op een dikke 10 minuten rijden. Het is een prachtig wit strand, kleiner en smaller en met meer bomen waardoor je heerlijk in de schaduw kunt liggen. Er staan ook bedjes, waarschijnlijk van het hotel aan de andere kan van de straat. Als we ons willen installeren in het zand, worden we door twee Amerikanen gewenkt die ons hun bedje aanbieden, zij gaan ervandoor. En zo liggen we een paar minuten later heerlijk te relaxen. Het zwemmen is en blijft een beetje een onderneming want er zijn altijd golfen en ook best behoorlijk pittige. Nietszeggend dobberen is hier niet in zwang, er zal gewerkt moeten worden daar in die azuurblauwe zee.
Als ik op mijn bedje een beetje lig te dommelen, roept Klaas, ‘El, El, kom snel, neem je iPhone mee !!’ (Grappig, vroeger riep je om een camera, nu roep je om je telefoon). Een paar meter naast ons stekje staan een paar toeristen en Tico’s naar de grond te kijken onderwijl uitzinnig vreugdekreten uit te stoten. Als ik me bij hen voeg, geloof ik mijn ogen amper. Uit een klein gaatje in het strand kruipt het ene na het andere schildpadje. We zijn met een klein groepje mensen getuige van de geboorte van tientallen nieuwe zeebewoners. Ik kraai het uit van plezier. Het voelt als een groot cadeau dat ons wordt geschonken in ruil voor al die minder goede tijden.


Het is een spektakel van jewelste. De kleine boefjes duwen zich uit het gat, flapperen met hun flippertjes (hoe heten die dingen?) en waggelen met nog wat onvaste flippertjes wel linea recta naar de zee. Het is nog zeker een meter of tien voor ze een kans maken te overleven. De eerste lichting die is geboren, rent redelijk snel naar de zee, maar al snel gaat het tempo drastisch naar beneden. Helaas kan zoiets bijzonders als dit in Costa Rica niet zonder gedoe verlopen. Het absurde in dit verhaal is dat niet de onwetende domme toerist de boel verstiert, maar gewoon de lokale bevolking. Door de schildpadjes met de hand uit het ‘nest’ te halen (lees: rukken) en de naar de zee te brengen, sterven de schilpadjes onmiddellijk. Ik, samen met Klaas en twee Amerikaanse vrouwen (achter in de 60, strak gebotoxed, zonneklep met getoupeerd haar eruit, Tom Ford zonnebril, Ralph Lauren polo zonder mouwtjes) gillen het uit: NO NO NO DON’T TOUCH THE TURTLES.


De Tica’s kijken ons nietszeggend aan en gaan er gewoon mee door. Leuk, voor de foto. Hier liefje, ik stop even een schilpadje in je handjes, lachen ja goed…ik heb ‘m. Ach gut, nu is het schilpadje dood. Nee popje, niet huilen, we pakken gewoon een nieuw. Moeder gooit het dode schilpadje weg en pakt weer een nieuwe uit het nest. Hier is helaas geen kruid tegen gewassen. Ik probeer het te negeren omdat ik gewoon geen Freek Vonk wil zijn vandaag.
Ondertussen zijn ‘de goeien’ in allerijl aan het zorgen dat de schildpadjes het strand bereiken door geultjes te graven zodat ze in een rechte lijn naar zee kunnen lopen. Aan beide zijdes van de geul staat inmiddels een aardige rij toeristen te roepen: ‘Come on, you can do it. Almost there. Run Forest, run!! Het is hilarisch, maar vooral hartverwarmend om jong en oud met zoveel betrokkenheid deze wonderlijke gebeurtenis gade te zien slaan. Uiteindelijk na een klein uur zijn alle (nou ja dat weet je nooit, wie weet had hij nog wel ergens een scharrel) nazaten van Lonesome George geboren en nemen we de schade op. Op de helletocht naar zee heeft zo’n 20% het niet gered, dus pak ‘m beet twintig zeemansgrafjes. Best een beetje triest, maar een local weet me te vertellen dat normaliter maar 5% van zo’n nest het overleeft en dat ze van geluk mogen spreken dat wij er waren, omdat het anders helemaal was opgevreten door roofvogels (normaal worden schilpadden ’s nachts geboren, het was dus hoogst ongewoon dat het overdag gebeurde.) Joepie, wij een keer vet geluk.

Het was een prachtige middag. De rest van de dag, daar kan ik eigenlijk gewoon kort over zijn. Ik voel me zo niet fit, het is eigenlijk gewoon zo dat ik om 18:00 uur naar bed ben gegaan met een hele dikke vette valium en 3 paracetamols. Ik vind het enorm zielig en niet gezellig voor Klaasie, maar ik lig eraf en hoe rotter ik me voel, hoe meer ik Mamita ervan verdenk me een rotte vis verkocht te hebben (Klaas geeft later ook toe enorm aan den dunne te zijn..haaa, zie je wel…het enige dat we hetzelfde hebben gegeten is die kutvis!).

Ik slaap 12 uur aan een stuk door. Dat is heel, heel lang geleden dat ik zo lang heb geslapen. De afgelopen maanden waren ook best een rollercoaster. Een klus voor UTC, BNN-VARA en fulltime snoeihard werken bij ROC TOP. Het zijn alle drie klussen die al mijn aandacht hebben gevraagd op diverse gebieden. En wanneer dan drie uur voor je op vakantie gaat, de hele reis wordt gecancelled, zorgt dat ook voor best wel wat spanningen (euhhh zacht uitgedrukt hè Klaas?)

17 januari

Wanneer de schone slaapster om een uurtje of 08:00 de oogleden opent, knipper, knipper, voelt ze zich eigenlijk,,..nee echt, heerlijk. Pfffieeeh wat ben ik opgelucht, ik voel me werkelijk weer kiplekker. En daarom zit ik dan ook in no time aan de ontbijttafel, HONGER!
Mjam even goed ontbijten. Ik rooster lekker het zelfgebakken brood en smeer er Skippy op…een warme witte boterham met pindakaas, rrrrrrr mmmmmmm!
De rest van de dag doen we waar we goed in geworden zijn; the same old story: (ik weet het, mijn verhalen worden met de dag saaier), we gaan lekker naar het strand. Dit keer gaan we op zoek naar twee andere geheime paradijsjes (Minas & Pirate Bay). Het is even rijden en onze 4 x 4 moet heel hard werken, maar uiteindelijk belanden we wel bij iets dat veel wegheeft van waar Tom Hanks zijn ‘Cast Away’ opgenomen kan hebben. Er is namelijk niemand. We hangen onze kleren aan een paar bomen (ideaal die begroeiing op het strand) en rennen met een eeuwig schuin oog op onze spullen,
-want het is en blijft wel Costa Rica- de golven in. Ook hier weer even door de woeste baren akkeren om erna heerlijk een beetje wezenloos op je rug naar de knetterblauwe lucht te kijken.

Nadat we opgedroogd zijn rijden we naar het andere strand (Pirate Bay) dat niet zo mooi is. Wel is er een restaurant waar ik een ijskoude verse passievruchtensap drink. De lucht betrekt en hele dagen op het strand hangen is niet meer zo aan ons besteed. We besluiten lekker weer naar onze eigen casa terug te gaan. Ze hebben er een mini zwembadje, buitendouche en heerlijke hangmatten. De rest van de middag hangen we heerlijk te relaxen.
Ik vind Het Puttertje van Donna Tartt best okay lezen en Klaas is inmiddels helemaal hooked on Jo Nesbø. We dineren ook thuis. We halen bij de Italiaan lekker pasta, zetten een tafel op het terras, ‘n kaarsje aan, koud glas witte wijn. Ik zeg: niets meer aan doen. We besluiten tijdens het diner dat we verder de peninsula gaan afzakken naar Mal Pais. Een klein stranddorpje dat vooral door golfsurfers wordt bezocht. We denken dat er een gemoedelijke en relaxte beach crowd vibe hangt. Wel is het weer een behoorlijk gezoek naar de juiste (betaalbare) accommodatie. Fuck wat is alles duur als je niet in hostelachtige toestanden wilt belanden. Ik heb al wel een paar trucjes uitgevogeld. Het gros van de accommodaties is te boeken via Booking.com en de prijzen op deze website zijn altijd scherper dan die op de website van de accommodatie zelf. Door ze op te bellen en aan te geven dat je op Booking.com wilt gaan boeken, maar dat je het zonde vindt dat zij daarvoor een commissie moeten betalen, stel je voor te onderhandelen over de prijs mits we Booking eruit laten. En dat werkt tot nu toe altijd. We hebben ons oog laten vallen op het Indigo Yoga & Surf resort dat recentelijk is overgenomen door een Zweeds/Italiaans stel dat er een prachtig complexje van heeft gemaakt. De prijs op hun website voor een kamer is 120$ per nacht. Op boeking kost deze 95$ en na een belletje met de eigenares kunnen we er voor 85$ in. Nog steeds een klap geld, maar goed, dit zijn nou eenmaal de prijzen hier.

18 januari

Er is een tijd van komen, en een van gaan. En deze laatste is nu aangebroken. We gooien alles in de achterbak, lang leve de enorme SUV, knuffelen Jerome gedag (Steef staat helaas onder de douche), zwaaien heel hard en tuffen Brasilito uit.
Wij reizen al de hele vakantie met onze telefoon als TomTom. Klaas heeft een briljante app gevonden “Pocket Earth’ die alle wegen op de hele wereld weergeeft. Ik durf zelfs te beweren dat deze app nauwkeuriger is dan een Garmin of TomTom. Het huren van een Garmin kost minstens 10$ per dag, en dat is dus helemaal niet nodig als je in het bezit bent van een smartphone. De grote grap is dus dat de app offline werkt. Je laadt vooraf de gratis kaart(en) van het gebied waar je gaat reizen via wifi of via een lokale simkaart, en dan kun je zonder data te verbruiken je telefoon als navigeerapparaat gebruiken. Wat een vondst, overal op de hele wereld kun je dus de weg voortaan vinden, ideaal!

Klaas heeft vooraf de route bekeken en we verwachten een dikke drie uur erover te doen. Het is hartstikke rustig op de weg, geen vrachtwagens want het is zondag. Op een gegeven moment houdt het asfalt op en begint een onverharde kiezelweg. Mmmm dit is dan niet de goede weg. Er zijn echter een paar mogelijkheden om in Mal Pais te komen en de andere mogelijkheid ligt 10 kilometer terug. We keren om, tuffen terug en vragen in een supermarktje of dit de weg naar Mal Pais is? Si..si si…! Apart, ook deze weg is onverhard. Nouja we gaan maar rijden. Het is 60 km naar Mal Pais. De natuur is echt prachtig en er zijn amper mensen die we tegen komen. Onderweg zien we veel wild, waaronder twee enorme leguanen die met elkaar vechten.

Klaas filmt ze van akelig dichtbij…mij niet gezien…ik blijf lekker in de auto zitten. Op een gegeven moment moeten we ook een rivier oversteken. Het water komt tot aan mijn kuiten, no problemo voor onze Tucson. Het water is kraakhelder en lekker fris. Ik trek snel mijn bikini aan en ga er even languit inliggen, geluksmomentjes moet je zelf pakken. We rijden verder en de weg blijft onverhard. Mmmm,.. dit had Klaas zich toch wel anders voorgesteld. Het geeft niet, maar het is wel duidelijk dat dit NIET de goede weg is. Aan de eerste de beste tegenligger vragen we of dit toch wel echt de weg naar Mal Pais is. En alweer si si! Bij een klein idyllisch dorpje koop ik een ijsje (mijn eerste deze vakantie!) vragen we hoe lang het nog rijden is. Nog een uur. De eigenaar legt uit dat we nog wel een flinke rivier moeten oversteken. Hij geeft Klaas de tip om in de eerste versnelling met pit te blijven doorrijden en zeker niet te stoppen. Nou spannend hoor. We hobbelen op laag tempo voort en arriveren halverwege inderdaad bij een forse rivier.
Klaas springt erin en verkent de bodem en de diepte. Gelukkig komt er net een jeepje aanrijden die rucksichloos het water inrijdt en vrij gemakkelijk de overkant bereikt. Het is dus mogelijk. Dat sterkt Klaas die er meteen achteraan rijdt en de auto behendig over de kleine steentjes manoeuvreert. Zohoo dat doet ‘ie goed. Vast veel Top Gear gekeken. Uiteindelijk heeft deze route een half uurtje langer geduurd, maar het scheelde wel 30 km in lengte en het is by far de mooiste weg die we tot nu toe hebben gereden. Mijn ingewanden zitten nu wel helemaal ondersteboven en verdraaid in mijn lichaam, maar dat is de prijs die ik graag betaal voor een off the beaten path avontuur.



Als we in Mal Pais aankomen voelt het meteen goed. Het is er wel enorm stoffig. Net als in Puerto Viejo, ligt Mal Pais, samen met Santa Teresa aan een lange smalle weg die parallel aan het strand loopt. De weg verkeert in een super slechte conditie. Overal gaten in het asfalt, als er überhaupt als asfalt ligt. Men vindt het hier leuk om als bezetenen op quads te scheuren (je weet wel, van die brommerdingen op vier dikke wielen) waardoor er boven de weg altijd een dikke stofwolk hangt. Daarom loopt iedereen hier met een skibril rond wat natuurlijk een belachelijk gezicht is. Doodzonde die quads en motoren in dit kleine paradijsje. Alle eettentjes liggen naast de weg, je zit er dus altijd in de tering herrie en stank. Jammer dat er niemand het initiatief neemt de weg te verbeteren en quads te verbieden. Puerto Viejo (andere kant van het land) is het perfecte voorbeeld hoe leuk en gemoedelijk de sfeer is wanneer iedereen de fiets als vervoermiddel gebruikt.

We zijn aangenaam verrast als Francisca, de eigenaresse van het Indigo resort, ons geboekte ‘Monkey’ appartement laat zien. Het is met smaak ingericht. 
Gepolijste betonnen vloer, terras en buitendouche met zitje. Twee grote prachtige opgemaakte bedden en een klein keukentje. Ideaal.We pakken snel uit en rijden naar de supermarkt voor ons avondmaal. Onze avontuurlijke reis heeft de nodige energie gekost, dus nu de hoogste tijd voor een flink avondmaal met een mooie pint bier. We rijden bij een paar supermarktjes langs. Het is zondag er veel fruit en groenten zijn uitverkocht. Uiteindelijk hebben we alles en zijn een beetje vertrouwd geraakt met hoe Mal Pais en Santa Teresa in elkaar steken. We maken een Costa Ricaanse versie van een Ceasar Salad. Het smaakt zo/zo. De ingrediënten die we gebruiken smaken gewoon net niet. Als we op ons terrasje zitten, voelen we ons een beetje ingeklemd tussen de open keuken van het resort, onze twee buren, waarvan een met drie kleine kinderen die steeds langsrennen en de andere - een yogacursits (ze geven er yogalessen) - die best vrij hard minimal draait terwijl die 30 minuten staat te rochelen onder zijn buitendouche. Daarnaast liggen de appartementen direct aan de drukke weg; je hoort voortdurend het verkeer en de muziek uit een aanpalend restaurant. Mmmmm, ik voel onrust opkomen en dat is geen goed teken. Ik kijk Klaas aan. Die is altijd wat trager in dit soort dingen, maar hij snapt wat ik bedoel. We zijn echter al wel zo gepokt en gemazeld dat we even afwachten tot morgen. We zijn gewoon erg moe. Als we nog even een tijdje blijven zitten en de yogacursisten een groot vuur in de tuin maken en daarbij allerlei oerklanken uitstoten, weten we beiden dat ‘t morgen inpakken en wegwezen wordt. Ik ga stiekem al online zoeken en vind tot mijn verbazing ‘availability’ in Vista Naranja, mijn eerste keuze voor Mal Pais dat helaas afgelopen dagen vol zat. Vista Naranja is een Bed en Breakfast zonder breakfast met vier appartementjes, waarvan twee met buitenkeuken. Het ligt een beetje in de heuvels verscholen met een schitterend uitzicht op zee. Via Expedia zie ik dat er een kamer vrij is voor 60$ excl. de 15% tax. Wowwwww. Snel bel ik op en krijg een Italiaanse dame aan de telefoon die bevestigd dat er nog een kamer vrij is, weliswaar zonder keuken. Mmmm balen, maar daar pas ik wel een mouw aan. Er is wel een koelkast en koffiezetapparaat. Ik doe mijn bekende trucje en yes, de kamer is gereserveerd voor 60$ inclusief de tax.

We gaan opgelucht slapen en liggen heerlijk. Wat een zalig bed en wat een mooi huisje, wat jammer dat het zo druk is en we zo op andermans lip zitten, anders was dit true paradise.

19 januari

Ik sta om 07:00 uur op. Het is nu heerlijk stil overal. Ik pak mijn laptop en werk zalig ontspannen aan mijn blog. De prachtig aangelegde tuin van het resort baadt in het vroege ochtendzonlicht, de vogels kwetteren, de apen hoor ik grommen. Klaas is ondertussen wakker en zet op Costa Ricaanse wijze koffie (met een katoenen puntzak), snijdt allerlei vruchten in hapklare brokken en schept de yoghurt in bakjes. Tijdens het ontbijt overleggen we wat we gaan doen met alle boodschappen die wel al in huis hebben gehaald. Nu we geen keuken meer hebben, is dat toch wel lastig. Praktisch zijn we wel. We besluiten zoveel mogelijk voor te bereiden en mee te nemen naar Naranja. We koken pasta en eieren zodat we salades kunnen bereiden.
Klaas is zo attent om Francesca te gaan vertellen dat we weer vertrekken. Ik voel me dan zo opgelaten, Klaas heeft daar gelukkig minder moeite mee, iets dat ik zo in hem waardeer. Ze snapt ons gelukkig helemaal. Momenteel is het erg druk en zijn er best veel kinderen, normaal nooit. Het restaurant dat zo’n harde muziek draait, houdt op te bestaan en deze week wordt er non stop een groot afscheidsfeest gehouden, vandaar de herrie. Ach ja, wat moeten we zeggen? Het begint een beetje lachwekkend te worden, hoe onze vakantie loopt. We laden alles weer in en rijden om 11:00 uur naar Vista Naranja waar we helaas nog niet welkom zijn. Inchecktijd 14:00 uur, blaft de geïrriteerde eigenaar (typisch Italiaans mannetje, ik vind hem meteen ontzettend stom). Hij hanteert een totaal andere toon dan zijn lieftallige vrouw die ik de avond ervoor aan de telefoon had. Klaas vraagt of we onze spullen dan wel in de koelkast mogen leggen. Dat kan, maar hij vindt het allemaal maar heel veel gedoe maak ik op uit zijn blik en body language. Italianen en hun maniertjes, woehahaha.

We rijden naar de ‘secret beach’. Francesca heeft ons de dag ervoor uitgelegd dat dit een mooi en rustig strand is. We vinden het vrij makkelijk, maar zijn er ook weer vrij snel weer weg omdat er zoveel stenen in zee liggen, zijn we bang alles open te halen. Jammer. We rijden door naar Playa Carmen, het strand van Mal Pais. Prima strand, niet zo mooi als dat bij Brasilito, maar het is leuk om al die golfsurfers bezig te zien. Het brengt een sportief sfeertje met zich mee en het is een verademing om eens wat mooie lichamen te bekijken. De meeste mensen zien er hier topfit uit en ik verdraai een aantal keer bijna mijn nek.

We lunchen in soda Amistad. Er zitten veel mensen en het is er goedkoop. Klaas bestelt een gegrilde hele vis en ik probeer duidelijk te maken dat ik wel een bord met stukken gemengde vis wil. Na een uur krijgt Klaas zijn vis (prima visje), maar mijn eten laat nog zeker twintig minuten op zich wachten. Wat er vervolgens op mijn bord ligt, ziet er veel minder spectaculair uit. Zompige fishchips met koude friet. Ik eet het niet op en laat de serveerster die alleen Spaans verstaat weten –ideaal de google translate app- dat het niet okay is en vraag de rekening. Die blijkt veel hoger te zijn dan we hebben uitgerekend. Klaas gaat overleggen. Een enorm mislukte en extreem dikke travestiet die de kassa bestiert, legt uit dat ze een paar dollars extra hebben berekend omdat Klaas een grote vis heeft gekregen. Deze extreem slechte smoes kennen we nog niet. Als ik probeer te vertellen dat er toch echt op de kaart staat dat het een vast bedrag is voor een vis en ze mij daarnaast ook nog eens een oor hebben aangenaaid met dat vieze bord eten, begint ‘het’ te schreeuwen en gebaart ons met een absurde felheid weg te gaan. Verbouwereerd betalen we -stom als we zijn- het hele bedrag minus de extra viskosten. Als ik wegloop vraag ik Klaas waarom we eigenlijk ook mijn bord eten hebben betaald? Het loopt uit op een discussie die nergens op slaat en we leggen het gelukkig snel bij.
Omdat we al dat golfsurfen maar al te leuk vinden, besluiten we de dag erop een les te nemen. We gaan naar de surfschool van Francesca haar Zweedse man (hele goede recensies) leggen 90$ neer om de volgende dag om 10 uur onze eerste les te krijgen. Leuk!

Halverwege de middag gaan we op weg naar ons nieuwe onderkomen. Eerst kopen we nog even wat huishoudelijke dingetjes zoals bakjes, borden en bestek. Zo kunnen we zelf een beetje ons eten in elkaar klussen zonder keuken. Het is een kleine klim van zo’n vijf minuutjes met de Tucson. En joepie, we mogen nu wel in onze kamer. Onze tassen staan er al en ons eten ligt koud te wezen in de koelkast. De kamer is geweldig en het terras met gelakte houten vloer en enorme loungebank, zijn waanzinnig. We zitten op de hoek en hebben een geweldig uitzicht en vangen van twee kanten wind. Wat een heerlijke stek hebben we hier! We eten de zo/zo salade die we over hebben van de avond ervoor, maar met gekoelde rode wijn op dit terras, met dit uitzicht, een paar kaarsjes voor de romance, en het smaakt allemaal even lekker. De rest van de avond liggen we met ons boek en een fles wijn helemaal op te stijgen van genot. Het is hier fijn. Gelukkig duurt dit nog twee volle dagen.

20 januari

We flansen met een redelijk gemak een prima ontbijtje in elkaar (who needs a kitchen anyway?) en rijden om half 10 naar Nanu, onze surfschool. Daar wacht onze instructrice Michelle, een knappe Tico dame, -Klaas ogen op steeltjes-, ons op. We maken verder kennis met Matthijs (Math) een Amerikaan met een Nederlandse vader. Grappig. We moeten alle spullen in de surfshop achterlaten, ons heel goed insmeren met zonnebrand, een rashguard aan (beschermtruitje) en een board mee. En een paar minuten later loop ik met een knalroze giga groot beginnersboard de winkel uit. Fuck wat is dat ding zwaar. Ik krijg mijn arm er amper omheen en ik val er bijna van om. Klaas ziet mij worstelen en roept gelijk: ’El, we moeten gewoon meteen heel goed worden, dan wordt het heel makkelijk, die pro boards wegen geen drol en zijn minstens de helft kleiner’.

Op het strand legt Michelle ons ‘the basics’ uit. We moeten alle drie ons board op het strand leggen en erop gaan liggen. Michelle doet van allerlei dingen voor die wij braaf nadoen. Ik vind het hartstikke spannend want ik weet natuurlijk ook wel dat het op deze manier niet moeilijk is, maar straks als die gigantische golven van achteren heel slinks op mij af stevenen, dan vraag ik me af hoe ik me daar uit ga redden.
En dan gaat het gebeuren, we gaan de zee in. Een voor een moeten we de zojuist geleerde theorie in de praktijk gaan brengen. Ik mag als eerste, jeuujjjj, not! Ze houdt mijn board vast, ik klauter erop (da’s niet moeilijk, geloof me). Ik ga liggen zoals ik heb geleerd -armen als kippenpootjes- en als de golf komt, roept Michelle heel hard: ‘Peddle, Alex*, peddle, peddle, and NOW STAND UP…’ Tja,.. en dat lukte dus, nee echt! Ik sta er zeker 3 secondes in vol ornaat op. (Elles kunnen ze niet uitspreken, ik heet in Costa Rica, Alex).

Afijn, ik noem het gewoon beginners luck, dat ik dus even op dat roze geval stond, maar ik ben wel super blij. Klaas gaat echt als een malle. Al had ik eigenlijk niet anders verwacht van mijn sketje met al zijn snow & skateboard ervaring. De rest van de les, van in totaal anderhalf uur, ploeteren we gedrielijk vrolijk voort. Het is enorm moeilijk, zij het onmogelijk, maar het is wel leuk! Al vinden Klaas en ik het beiden wel vrij frustrerend dat een ‘ride in the waves’ hoogstens 20 seconden duurt (als je pro bent) en je vervolgens wel weer minuten lang bezig bent om jezelf weer in de juiste positie te peddelen. Golfsurfen vergt dus, om het verhaal af te breien, heel veel energie, discipline en vroeg opstaan.



We mogen het board de hele dag houden. Verrassing, wat fijn! We zijn na de les echter zo moe dat we eerst wat gaan eten. Dat doen we in ‘The Bakery’. Wat een feest is dat geweest zeg. Het is volgens velen de enige echte goede bakkerij in Costa Rica. Ik bestel de Carribean pancakes (krijg zeven kleine opeengestapelde pannenkoeken met exotische vruchten, room en kokosrasp) en een rode vruchten smoothie. Poeh jongens, maak me er nog maar een keer wakker voor…wat was dit ontiegelijk lekker! De rest van de middag lig ik er helemaal af. Ik val zelfs bijna in slaap. Voor de vorm proberen we aan het einde van de middag toch nog even met ons board het water op te gaan, maar de golven zijn echt veel te heftig. Ik val meteen en haal mijn beide knieën open. Jantje lacht, Jantje huilt. Ik kap ermee. Ik ben te moe. Sta ik nou -gvd- om de dag in de sportschool me af te beulen om nu als een watje het strijdtoneel te moeten verlaten? Ja dus!
Klaas vindt het nog wel leuk, maar ook hij staat na een kwartier uitgeteld naast me. Dit zijn ook voor hem te heftige golven. Hup surfboard terug naar de winkel, vol zand in de auto, naar huis. Douche, wijn, bier en een goed boek. 

Over een paar dagen meer nieuws, vanuit Miami!